Onder de noemer 1UP wordt jonge kunstenaars een podium geboden in de
45m² tellende bovenruimte van 21rozendaal.
Hoe zoiets onnozels als de verpakking van een appelflappengebakje leidde
tot de bouw van een hagelwitte ministad in gips. Patrick van Vught zette
zijn dagelijkse ergernis over afval, dat bij hem op het balkon werd gedropt,
om in een kunstwerk. In zijn zelfgebouwde stad Dystopia wordt recycling
en afvalproblematiek gekoppeld aan stedenbouw en kunst. In samenwerking
met scholieren goot hij verpakkingen van koekjes, appelflappen, zoutjes,
schoonmaakmiddelen, wasmachines, kortom alles wat een verpakking heeft,
af in gips. Met deze gipsen ‘bakstenen’ bouwde hij een 70m² grote stad.
Dystopia zet aan tot reflectie over de opzet en structuren van steden,
over hun stratenpatronen en woning typen. De stad Enschede, in het bijzonder
de wijk Roombeek waar 21rozendaal gesitueerd is en waar veel gebouwd werd
en wordt, biedt een interessante context voor het werk. Dystopia geeft
afval een gezicht. De gipsen stad maakt het afvalprobleem tastbaar en roert
allerlei gedachten aan. Bijvoorbeeld over de mate waarin je zelf bijdraagt
aan de afvalberg.
In de voormalige textielfabriek waarin 21rozendaal gehuisvest is stelt
Patrick van Vught een deel van zijn stad op.
Biografie
Patrick van Vught (1979, woont in Utrecht) studeerde in 2007 af aan de
Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). Hij werd genomineerd voor de
Piet Bakker Prijs voor het beste afstudeerwerk van de HKU en deed mee aan
Art Olive Jong Talent ‘07, Amsterdam. In 2009 was hij de eerste ‘artist
in residence’ op het Amadeus Lyceum in Vleuten, waar hij met scholieren
aan Dystopia, zijn gipsen stad, werkte. Enkel op deze plek is de stad in
zijn totaliteit tentoongesteld. Een deel van Dystopia is eerder te zien
geweest bij Arcam, Amsterdam.
meer
beeld